Hofhouding en de hedonische adaptatie

Wat Mariska zich bedacht is dat een blessure op zich nog tot daar aan toe is. Je ergert je eens scheel dat het er is, hoopt al dan niet tegen beter weten in dat de bult, botbreuk of ruptuur na een nacht slapen tadáá weg en opgehoepeld is, en omdat dat toch niet klopt komt de santemekraam die bij het totaalleed blessure lijkt te horen op visite.

Je consulteert eerst maar eens een paar dagen uitproberen (helpt niet), Googled en ontdekt dat je aan schurft, osteomalacie, beri beri, en met een chronisch tekort aan weetikveel te kampen hebt. Uiteraard slaat het allemaal nergens op en leidt het nergens toe anders dan een nijdig snauwen “jamaarwatweetjijervanikhebpijn” naar je goed bedoelende partner. Die er ook niks aan kan doen anders dan lief over je bol aaien en je vertellen dat het echt wel goed komt. Waar jij dan op jouw beurt weer een uitbundige huilbui van krijgt, want het kohohomt nóóit weer goed natuurlijk. Het duurt namelijk al 3 dagen.

En dan begint het gedonder. Naar de huisarts, sportarts, poli sus of zo, röntgenplaatje, MRI (oh, ja, prachtig, die grijze en zwarte vlekken, ik zie geen verschil tussen het één of het ander…is dat een foetus? oh fuck! nee mevrouw, dat is uw knie), echo, naalden in je donder, fysio, nog een fysio, een andere MRI, toch nog eens met een andere prof praten en uiteindelijk het besluit dat er een mes in gaat, gips om moet, dat je 8 weken op krukken gaat of dat je van kop tot kont in een corset wordt gehesen. Nadat je dan eeuwen later uit dat gips, corset of van die krukken wordt gehesen volgt dan de rest van de blessurehofhouding: de revalidatie. Die tergend gaat en waarbij je minimaal 67 keer je kaken op elkaar zult mogen klemmen bij de volgende die je wijs gaat maken “zie je wel, je wilt ook te snel” (en intussen mag je best denken: “ja natuurlijk trut, ik wil inderdaad snel, want de wereld wacht om belopen te worden”).

Dus, blessures zouden best verboden mogen worden. Net als hipsterbaarden met knot, Mephistoschoenen, mannen met een zeiljack èn ruitjeshemd èn een broek met aan de voorkantsbroekzak de beurs en de snotlap gestoken en het kattengejank van Frans Bauer. Wat me overigens een ontzettend aardige man lijkt.

Ik bedacht me ook nog dat een blessure simpelweg maximaal een dag zou mogen duren. Hup: dikke pijn, baal, wanhoop, dag erna weer verder. Lekker terug in je hedonic treadmill die je zelf had bedacht: ik loop veel, hard en altijd, en daar past geen blessure bij. Nu niet, never niet. En als ik getroffen word door……..(vul je blessure naar keuze in), dan komt het nooit meer goed.

Gelukkig is onderzocht dat je na zowel (relatief) rampspoed als groot geluk op een gegeven moment weer terugkeert naar je gelukssetpoint. Ondanks foute Google-info en hipsterbaarden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *